Het eiland Belitung

Tussen Sumatra en Borneo trotseert een klein stukje tropen de woelige zee. Een eilandje waar het Nederlands Koningshuis een deel van haar fortuin heeft vergaard en de oorsprong is van één van ’s werelds grootste bedrijven. Tegenwoordig wordt dit stukje Indonesië onterecht overgeslagen door de reiziger. Het eiland Belitung.

“Er ligt een Roofstaat tusschen Oosfriesland en de Schelde,” luidt de beslist niet zachte beschrijving van Multatuli van ons land. We kwamen er in de negentiende eeuw tot halverwege de twintigste eeuw om tin te delven. Als grootaandeelhouder van de NV Billiton Maatschappij (tegenwoordig het Australische BHP Billiton, één van de grootste bedrijven in de wereld) heeft het ons Koningshuis ook geen windeieren gelegd.

Tegenwoordig is het een slaperig, multicultureel eilandje. Maleisiërs, Chinezen, Bugis, Soendanezen en Chinezen: de mijnen trokken arbeiders vanuit de hele archipel en ver daarbuiten en de nazaten van deze koelies bewonen nu het eiland met de groene korst en roodbruine hart.

Zeker, de delving heeft zijn sporen achtergelaten. Vanuit de lucht is dit nog wel het best te zien, het eiland is gedurende de eeuwen omgespit: in het centrum van het eiland zijn de mijnen nog steeds actief. Kale, rode plukjes tropische zandvlaktes zijn het terrein van de commercie. Aan de kustlijnen van Belitung heeft de tijd wel stil gestaan. Verlaten, witte stranden en bos voor de nodige verkoeling.

Zoals overal waar het massatoerisme nog niet heeft toegeslagen, is de bevolking om van te houden. Als Wim Zonneveld in Indonesië was geboren had hij zijn lied ‘Het Dorp’ op Belitung gebaseerd. Hier kent iedereen elkaar en wordt er nog gegroet, gelachen en stilgestaan. Gewerkt wordt er ook, keihard zelfs. Een handvol eilanders werkt in het toerisme, maar het gros leeft van de zee. Elke ochtend varen houten bootjes met vissers en komen laat in de avond weer terug.

 

Geef een reactie