Geen hond meer in de pot

Ze trippelen beiden over de boulevard in Leshan, beiden gekleed in de laatste mode: een hip tienermeisje en haar even hippe witte poedel. De hond is gestoken in een blauwe Gucci-hondenhemd. Terwijl ze al sms’end voor haar hondje uitloopt, begroet haar huisdier ondertussen een labrador. Als ze dit opmerkt slaat ze een ‘oooooh!’ en ‘aaaaah!’ uit en maakt ze snel een foto van dit onderonsje.

Chinezen houden van honden. Vroeger ging de liefde nog merendeels via de maag, maar tegenwoordig overstijgt de liefde voor de trouwe viervoeter nog net niet de liefde voor het eigen kind – althans, zo lijkt het. Het was me al eerder opgevallen: overal waar je bent in dit land, lopen mensen met honden. Goed verzorgde, weldoorvoede huisdieren vaak ook nog eens gestoken in schattige hondenkleertjes.

Turven
Ik ben er beter op gaan letten. Met een notitieboekje loop ik door de oude wijk van de stad. Hoeveel (aangelijnde) honden zou ik er aantreffen na een uur slenteren? Ik was echter na een halfuur opgehouden met turven, het waren er gewoonweg te veel. Het duizelde een beetje na de zoveelste natte snuit die zowat allemaal beter gekleed waren dan ikzelf.

9769977815_e4f7db62ce_h

Wat me nog het meest verwonderde waren de hondenboetiekjes, hondenkappers, dierenartsen en de grote schappen hondenvoer, in allerlei vormen en smaken, in de supermarkten die ik tijdens de wandeling had aangetroffen.

Was dit China? Was dit het China van de welbekende ‘het zal wel hond zijn’-grap als men iets ondefinieerbaar bestelt bij de buurtchinees?

Schuldig
Gelijk met dit schrijven moet ik iets bekennen: ik ben schuldig. Ik wil zo graag eens proeven. Hoe smaakt men’s best friend? Sorry, Marianne Thieme, maar ik ben schuldig aan deze zondige gedachte. Maar wat te doen?

‘s Avonds probeer ik het onderwerp voorzichtig naar boven te brengen bij mijn Chinese vriend. Ik moest voorzichtig te werk gaan, want misschien behoorde hij ook wel tot de club van Chinezen die hun huisdier in dure merkkleding steekt. Na een paar Tsjing Taos durf ik het aan. “Zeg, waar kun je eigenlijk hond eten in de stad?”

Hij doet alsof hij me niet gehoord heeft. Ik probeer het nog eens, maar voordat ik maar ook de vraag weer volledig had uitgesproken antwoordt hij: “Ben je soms gek geworden? Hond eten? Waar zie je ons Chinezen voor aan?” Beschaamd druip ik af. “Eh, sorry, het was maar een grapje!”

11837600054_b4f60a66d8_o

Krantenkoppen
Ik probeer het nog eens. ‘Hond eten in China’, Google ik. De eerste paar hits voorspellen niet veel goeds. ‘China schrapt hond van menu’, kopt het Belgische Nieuwsblad. ‘Chinese jongeren eten liever geen hond meer’, meldt het ANP. De vierde hit is een pagina vol gruwelijke foto’s van een markt in Noordoost China vol bloederige hondenlijken. Klaar om opgegeten te worden. Ik word er misselijk van en besluit om mijn missie te staken. Voor mij geen hond meer in de pot.

Twee maanden later ben ik in Nanning, Zuid China. Als ik over de avondmarkt loop word ik als vanzelf aangetrokken door een voedselstalletje aan het eind van de straat. Het is er slecht verlicht, maar de contouren van een gebraden karkas waren onbetwist die van een hond. Het zweet breekt me uit. Ik besluit om rechtsomkeert te maken. Ik durfde het niet alleen.

Benieuwd
De volgende dag loop ik met de Britse Craig en de Franse Alice weer over de avondmarkt. Ik vraag het maar op de man af: hebben jullie wel eens hond gegeten? Craig antwoord dat hij gelezen heeft dat je er Rabiës van kunt krijgen. Over his dead body dus, was zijn antwoord. Alice is stil. Ze kijkt verlegen op en zegt dat ze altijd al benieuwd was naar de smaak.

Ik had eindelijk mijn evenknie gevonden, mijn medezondaar! “Wel,” zeg ik, “kijk eens achter je? Een stalletje waar ze hond verkopen.”

8187569710_6878283350_b

Zenuwachtig bestellen we een klein stukje. Ik geloof dat ik een stukje rib had uitgekozen, Alice vond het stukje dij er wel aanlokkelijk uitzien. “Nu moeten we, hè?”, zegt ze stilletjes. Ja, nu moeten we. Bij de eerste hap voelde ik me al gelijk schuldig. De gedachten van een rondtrippelende Joep, de hond van mijn ouders schoten door mijn hoofd. De gedachte verdween al snel vanwege de sterke smaak en het taaie vlees. ‘Hoe krijg ik dit weg?’ was nu de overheersende gedachte.

Grommen
Alice trok net zo’n vies gezicht als ik. We spraken het niet uit, maar allebei dachten we hetzelfde: we eten alles op, het arme beestje is niet voor niets gestorven…

“En waar smaakt het naar?”, vraagt Craig. Alice antwoord. “Weet je hoe natte hond ruikt, wel zo smaakt het. Vreselijk.” Ik knik instemmend mee. De komende twee dagen ben ik ingetogen en stil. Ik voel me schuldig en heb het gevoel dat elke passerende hond ruikt dat ik één van zijn soortgenoten heb verorberd. Sommige trendy viervoeters grommen zelfs naar me. Ik geloof dat ik, net als het merendeel van de Chinezen, tegen het eten van honden ben. Ik ben geen zondaar meer.

Bron foto’s: Lee, Tauno Tohk, Alec @ Taiwan, rose_symotiuk

Geef een reactie