Rijden als een Chinees

Vanuit mijn appartement hoor ik sirenes. Nu is dat niet zo vreemd in Chongqing, brandweer en politie op de weg zijn geen uniek verschijnsel in deze stad van dertig miljoen inwoners. Dit keer is het anders: het aanhoudende geloei verraadt een colonne van hulpdiensten. De fictieve kommer en kwel van de Chinese soap op de televisie zal even moeten wijken voor de ellende van de werkelijkheid: ik besluit eens poolshoogte te nemen.

Ik woon sinds kort op de eenenveertigste verdieping van één van de vele wolkenkrabbers van Chongqing en heb vanaf deze hoogte een perfect overzicht van de brede weg die dwars door de stad loopt. Met de handen op de rug kijk ik naar beneden en verbaas me voor de zoveelste keer in dit land. De verbazing, daar kom ik een alinea later op terug. Ik wil je eerst meenemen naar een dwarsstraat.

12117530095_fabde69236_h

De houding die ik mij heb aangenomen: de handen netjes in elkaar gevouwen op de rug, een beetje voorovergebogen en ietwat door de knieën gezakt, heb ik afgekeken van de wijze oude mannen in het park, de autoritaire politieman die een groep jongeren aanspreekt en belangrijke Partijleden die het zoveelste bouwproject goedkeuren. Vanaf deze hoogte heb ik een militair strategisch overzicht van een groot deel van de stad en dat geeft een belangrijk gevoel – en dus een rechtvaardiging van het aannemen van deze typische lichaamshouding onder belangrijke Chinezen.

Terug naar de hoofdweg en de verbazing.

Stadsbus
Als een kleine generaal kijk ik naar beneden en zie zes brandweerwagens en daarachter drie politieauto’s met volle sirenes, duidelijk op weg naar een grote calamiteit, hinderlijk in de weg gezeten door het overige verkeer. Een stadsbus snijdt een politiewagen af om nog even snel de halte te halen. Een auto, die voor de middelste brandweerwagen rijdt, remt midden op de weg af. De bestuurder stapt uit en begint de verkeersborden te fotograferen met zijn mobieltje! Ondertussen trapt de chauffeur van de brandweerwagen de rem ook in en wil uitwijken. Hij krijgt alleen geen ruimte, want hij wordt links en rechts ingehaald door een stoet taxi’s.

Het kan gekker. De buschauffeur, die netjes en op tijd zijn passagiers heeft afgezet bij de halte, besluit maar niet te kijken in zijn spiegel. Hij rijdt weer de weg op. Twee brandweerwagens moeten hierdoor wachten. Ik heb ondertussen mijn handen niet meer op de rug, maar in de lucht. Is dit echt?

1559955880_9d26cc69b8_b

Telefoneren
Ik ga met mijn gedachten een maand terug in de tijd en 1.100 kilometer naar het zuidwesten. Als ik met mijn goede vriend, de Duitser Dennis, door Shenzhen loop, worden we opgeschrikt door een kakofonie van getoeter en geschreeuw. Op de tweebaansweg, iets verderop, staat een lange rij auto’s in beide richtingen. Verhitte hoofden hangen uit de auto’s, allemaal schreeuwend naar een taxichauffeur die heeft besloten om zijn auto dwarsover op de weg te parkeren om te telefoneren.

Voor(r)uit, een ander voorbeeld. In Shaoguan (provincie Guangdong) neem ik plaats in een motortaxi, een roestende driewieler. De chauffeur verbaast zich over mijn accent en kijkt voortdurend achterom om zijn passagier goed in zich op te nemen. Om me heen, we bevinden ons op een drukke weg, manoeuvreren stadsbussen, auto’s, motors, fietsen, brommers en ander tuig op wielen. Een typische Chinese verkeersdag, zo’n eentje die je in elke stad ziet. Het verkeersgedrag is erger. Het driewielertje zwenkt van links naar rechts. Ondertussen heeft de chauffeur zijn ogen nog steeds niet de weg – sterker, hij grijpt naar zijn binnenzak en biedt mij een sigaret aan. Niet dat ik de kans had om dit vrijgevige gebaar aan te nemen… we botsen frontaal op de auto voor ons.

Wrak
Hoeveel ik ook van dit land en de mensen hou, na een halfjaar China weet ik dat Chinezen niet de beste chauffeurs in de wereld zijn. Ik had dit natuurlijk kunnen bevroeden tijdens mijn vele busreizen in de eerste maand. Het moet voor de Chinaganger een bekend fenomeen zijn: tijdens een willekeurige lange-afstandsrit zie je om de zoveel kilometer een wrak, of een groep van wrakken aan de kant van de weg.

China groeit. De mensen worden rijker, krijgen meer te besteden. Allemaal leuk en ik zal de laatste zijn om de Chinezen deze voorspoed te ontzien, maar ik hou mijn hart vast. Ik houd mijn hart vast omdat elk jaar weer duizenden Chinezen in staat zijn voor het eerst in hun leven een auto te kopen – er dus steeds meer wagens bij komen…

…En daar sta je dan, in je nieuwe appartement, naar beneden te kijken. De brandweerauto’s zijn al weer uit het zicht onttrokken. De soapacteurs spuien nog steeds hun melodramatische teksten. Ik zet de televisie uit. Ik heb genoeg drama gezien vandaag.

Bron foto’s: Konrad Lemcke, Wilson Hui, Harald Groven

Geef een reactie