De Chinezen komen!

Chinezen zijn fantastische mensen. Ze zijn gastvrij en erg behulpzaam. Maar het moet me van het hart: in het buitenland mijd ik ze als de pest. Zo dat is er uit.

Voordat u het uwe erover denkt moet ik misschien beginnen met de mededeling dat ik ook nogal schrik van de introductie. Ik ben van de ‘Kinderen voor Kinderen’-generatie en heb geleerd om iedereen te respecteren, dat iedereen gelijk is en dat je mensen en volken niet zo snel moet veroordelen. Want, vanaf de maan gezien, jawel, zijn we allemaal even groot (of klein). Maar toch: Chinese toeristen, daar loop ik met een grote boog omheen. En nu zeg ik het weer. Jeetje.

Laat ik een poging wagen om één en ander te nuanceren. In Spanje ben ik ooit eens een Nederlander tegengekomen die op een lokale markt in het Nederlands vroeg wat de prijs was van een kilo appels. Toen de verkoper zich verontschuldigde en zei dat hij de beste man niet verstond, begon onze landgenoot op een toon te praten zoals sommige mensen wel doen bij kleine kinderen. Harder, duidelijk en met een vragende toon. “Hoe-veeeeeel-kost-eeeeen-kilo-appeeeeeels?”

China_Leshan_20120515_00224

Donkere mensen
In Cuba sprak ik met een Duitser die het reizen in de tropen maar niets vond. “Want je ziet er alleen maar donkere mensen”, zei hij tegen bruintje schrijver dezes. Het afgelopen jaar ben ik nog meer van dit soort figuren tegengekomen en echt, ze komen uit alle vier de windstreken en alles wat daar tussen ligt. Laat ik voorop stellen dat ik geen moeite heb met de alleen reizende Chinees (of kleine groepen), ik doel in deze klaagzang meer op de toergroepen.

Deze groepen zijn heel makkelijk te herkennen. Men neme een vijftigtal Chinezen van middelbare leeftijd; stopt ze allemaal in dezelfde kleren van de toerorganisator; geeft de mannen een petje en de vrouwen een waaier en een parasol; voorziet ze van een iPad om foto’s te nemen; vertelt ze allemaal dat ze zo luid mogelijk met elkaar moeten communiceren; vertelt ze daarna dat ze totaal geen rekening hoeven te houden met andere toeristen en deze gerust omver mogen lopen; geeft duidelijk aan dat restaurants zo vies mogelijk achter gelaten dienen te worden en instrueert ze vooral dat ze te allen tijde de groepsleider moeten volgen en het vlaggetje dat deze vasthoudt nooit uit het oog moeten verliezen. Zelfs als dit ten koste gaat van al het moois dat voorbijgaat.

Frustratie
Nu Chinezen steeds meer geld verdienen, blijft er meer over om reizen te maken naar de omringende landen in Azië. Met bovenstaande kenmerken in het achterhoofd is het een simpel karwei om ze al van verre te herkennen. Ook het feit dat op vele toeristische plekken wel honderden van deze groepen zijn, speelt een grote rol in het snel bereiken van de expertstatus in de kunst van het herkennen van de Groep van Chinese Toeristen.

China_Leshan_20120515_00225Misschien is mijn frustratie wel begonnen in Cambodja, in Angkor Wat om precies te zijn. Wat eigenlijk een zeer mystieke ervaring had moeten zijn werd ruw verstoord door…, u raadt het al. Ik had me er enorm op verheugd, was zeer vroeg in de morgen opgestaan om de zonsopgang mee te maken. Wat ik aantrof was half Beijing op het oude tempelcomplex en wat ik hoorde was een kakofonie van Chinees gekwetter. Luid gekwetter.

Moeten Chinese groepen dan de toegang tot dit soort attracties worden ontzegd? Nee, natuurlijk niet! De cursus ‘Verantwoord op reis voor dummies’ bestaat ook al niet. Sterker: ik geloof dat we er maar langzamerhand aan moeten wennen. Want na Azië komt Europa aan de beurt.

In China heel gewoon
Het gekke is dat dit gedrag totaal niet hinderlijk is in China zelf. Je accepteert het als een cultuurverschil dat overbrugd moet worden. Op een gegeven moment zie je het niet eens meer. En ik moet bekennen dat ik er zelfs aan meedoe in sommige situaties. Luidruchtig praten moet wel als je wil dat je gesprekspartner je verstaat, want iedereen doet het. Je ellebogen met alle kracht gebruiken om in de metro te geraken is ook een noodzaak als je ooit op je eindbestemming wil komen. Iedereen doet het, dus is het gewoon. Pas buiten het Middenrijk ga je je storen aan dit gedrag omdat je hiermee uit de pas loopt.

Terug naar Angkor Wat. Terwijl ik mijn zonsopgang in het water zag vallen wisselde ik afkeurende blikken met een andere toerist. Toen Zhang Lu en zijn veertigduizend kameraden dan eindelijk vertrokken waren liep ik naar hem toe en zei: “Tja, die Chinese groepen ook. Het is bijna schandalig te noemen.” Hij keek mij aan, lachte en zei: “I am also Chinese.”

Geef een reactie