En Boeddha zag dat het goed was

Eens in de zoveel tijd kom je zielen tegen die je met hun persoonlijkheid omhelzen, je dwingen je muur af te breken omdat je weet dat het goed is. Dat je beseft dat je na dit eerste glinsterende treffen nog niet klaar met elkaar bent en dat je, vòòr dat onafwendbare afscheid – een natuurwet voor iedere soloreiziger – nog met elkaar moet optrekken omdat nog niet alles is gezegd.

Het is mijn tweede dag in China en denk sinds ik hier ben alleen maar aan een vlucht naar elders. Ik was een dag eerder geland in Chongqing, de in smog gehulde betonnen jungle met zijn veertig miljoen zielen. Voor niemand een fijne introductie in het Middenrijk – en al helemaal niet voor een jongen uit de Flevopolder. De stad verstikt en haar inwoners reiken geen helpende hand uit. Tenminste, zo lijkt het.

In de bar van het hostel besluit ik me vol te gieten met goedkope Chinese bocht, net zoals in de film, en dan te slapen om vervolgens de volgende ochtend een andere bestemming te kiezen. Thailand lonkt, of toch Indonesië? Als ik opkijk zie ik een twee paar ogen hun geluk naar me stralen.

China_Chongqing_20120512_00157

Het zijn Henry en Yana uit Ommen. Zij is daar geboren en getogen; hij is daar vijfentwintig jaar geleden door een stalen ooievaar uit het verre oosten gebracht, omdat zijn Overijsselse ouders geen kinderen konden krijgen en daarom besloten hun liefde te geven aan een weesje uit Indonesië. We drinken, praten en roken in veelvoud en besluiten de volgende dag gedrieën door de stad te lopen omdat nog niet alles is gezegd.

Doolhof
Centraal Chongqing is gebouwd op heuvels. Het stratenpatroon ligt als een glooiend net over de stad, elke brede weg vormt een grens tussen de enorme blokken waarin de werkelijke charme van de metropool zich schuilhoudt. Deze afzonderlijke vlakken bestaan uit een doolhof van smalle wirwarstraatjes en steegjes, verscholen achter de glanzende wolkenkrabbers, vol leven en handel.

We lopen als drie adolescenten uit een Franse film door de smalle straatjes. Praten aan één stuk door over kunst, het leven, maar vooral over fotografie en cinema. Zij is een beginnend filmmaker en hij ontwerpt websites. We zijn aan elkaar gewaagd, als één van ons een flauwe grap maakt, barsten we in lachen uit en proberen we elkaar te overtreffen.

Stilte in een tuktuk naar Ciqikou, de havenwijk van Chongqing.
– Ik: “Wat zal die chauffeur wel niet denken over me. Die dikke onderdeur moet ik maar snel naar het oude gedeelte brengen, want deze rammelkast moet nog langer mee!”
– Yana: “Ja, en dat meisje is overal foto’s aan het maken van de stad. Wáárom, Chongqing is een aaneenschakeling van lelijke gebouwen!”
– Henry: “En wat doet ze bovendien met die twee lelijke jongens!

Bij een cafeetje met uitzicht over de stad blijven we hangen. We maken plannen om samen door het platteland naar Leshan te reizen om daar de Grote Boeddha te zien. Chongqing beneden ons maakt zich klaar voor de avond. De wolkenkrabbers worden felverlichte snelwegen naar de sterren. We zwijgen en laten alles voor zich spreken.

China_Chongqing_20120512_00159

C3PO
Ik had nog nooit in een Chinese trein gezeten. Yana had me al gewaarschuwd voor de hoeveelheid aandacht die je krijgt als rare buitenlander. “Ach, ik heb wel in meerdere treinen gezeten in Azië,” zeg ik stoer. Ze lacht: “Wacht maar.”

De komende drie uur ben ik een ster in de trein naar Chengdu. Als ik in Engels en Chinees met een groep studenten praat stroomt de hele coupé naar mijn plek om eens te kijken wie die rare snuiter wel niet is. Oude mannetjes stoten elkaar aan en wijzen naar me en beginnen te lachen als ik in gebrekkig Chinees vertel hoe ik heet. Als ik een deurbel nadoe (tingelingeling!) barst mijn publiek in lachen uit en doet me na. Ik voel me de gouden robot, C3PO, uit Star Wars die een verhaal in geuren en kleuren vertelt aan zijn Ewokpubliek.

We reizen gedrieën nu een week als een koppel dat al veertig jaar met elkaar getrouwd is. Dat mooie momenten met elkaar deelt die we ontegenzeggelijk ieder voor zich zwijgend op een andere manier beleven, maar met dezelfde vreugde tot ons nemen. Maar ook een koppel dat ruziet om de kleinste dingen (en het daarna snel weer goedmaakt).

Gisteren was een dag dat het oude koppel even genoeg van elkaar had. Het had de hele dag geregend, zo ook in in bergstadje Emei, dat hierdoor een verlaten indruk maakte. Alleen rondom het treinstation zag het zwart van mensen die je een hotelkamer willen verhuren, met je mee willen lopen onder een betaalde paraplu of iets totaal anders willen aansmeren. Hun volharding is te prijzen, ware het niet dat de regen, vermoeidheid en honger niet bevorderend werken op je humeur. “Nee, hoeft niet! Nee, weg nu! Nee, nee nee!”, zeg ik tegen ze in het Nederlands. Het mag niet baten. Je ziet even vertwijfeling op hun gezichten en het geratel gaat weer door.

China_Leshan_20120516_00227Een bom barst
In het hotel barst inwendig een bom. Candy, de receptioniste, spreekt opgewekt als een blondine uit een Amerikaanse tienerfilm met dito ingestudeerde spreekstijl en Amerikaanse jeugdtaal. “That is sooooo cool! Now we can enjoy more customers in our best hotel in the China! Wow, like really wow! No worry, today sad rain from the sky. Tomorrow sunny, sunny! Then you guys can enjoy our mountains with naughty naughty monkeys!”, zegt ze met een big smile, maar koude ogen. Alleen bij het woord ‘monkey’ springt ze om het woord extra kracht bij te zetten.

In het restaurantje even buiten het hotel laat ik mijn wederhelften worstelen met de taalproblemen tussen hen en de bediening. Zij probeert het in het Engels en hij in onverstaanbaar Lonely Planet-Chinees en wilde handgebaren. Het weer huilt, ik lach van binnen. Ik realiseer me dat ik wat nijdig word als Yana alweer niet begrijpt hoe het splitten van een rekening werkt. Ik ga zonder wat te zeggen naar bed.

De volgende morgen is alles vergeten en verdraagt het oude koppel elkaar weer.

Reusachtige Boeddha van Leshan
Het 1200-jarige reusachtige Boeddhabeeld in Leshan is indrukkend. Zeventig meter boven de Dadu rivier kijkt De Verlichte met samengeknepen ogen naar het slaperige Leshan. De oren meten zeven volle meters en de schouders hebben een spanwijdte van 28 meter, lezen we met een half oog uit een reisgids. Het andere is gericht op de drommen, voornamelijk Chinese, dagjesmensen die zich verdringen rondom de grote teen (drie meter hoog en acht meter breed).

We zitten op een koele avond aan de rivierfront. Om ons heen doen oudjes hun laatste gymnastiekoefeningen van de dag, op de boulevard lopen verliefde koppeltjes en aan de overkant kijkt de Grote Boeddha tevreden naar drie zielen die nog lang geen nirvana hebben bereikt en vooralsnog geen poging wagen om daar te geraken. Want het leven is op dit moment geen aaneenschakeling van lijden – verre van. Met de schelle muziek uit mijn laptop filosoferen we als havisten, houden we van elkaar, lachen de nacht weg en gunnen elkaar nog een laatste blik in de ziel omdat we weten dat we elkaar niet meer zullen zien.

De volgende dag nemen we afscheid. “Hou van elkaar he!”, roep ik ze nog na.

Zij gingen naar Holland en ik bleef nog drie jaar in het Oosten.

Geef een reactie